Hoeveel kinderen mag één pedagogisch medewerker eigenlijk opvangen? Dat is geen kwestie van gevoel, maar van wet: de beroepskracht-kindratio (BKR) uit het Besluit kwaliteit kinderopvang bepaalt per leeftijdsgroep het maximum. In dit artikel vind je alle ratio's voor KDV en BSO, een rekenvoorbeeld voor gemengde groepen, de drie-uursregeling en wat er sinds 1 juli 2024 is veranderd — plus een rekentool die de som direct voor je maakt.
- KDV: 1 op 3 (0–1 jaar) · 1 op 5 (1–2 jaar) · 1 op 8 (2–4 jaar)
- BSO: 1 op 10 (4–7 jaar) · 1 op 12 (7–13 jaar)
- Gemengde groep: per leeftijdsgroep delen door de ratio, optellen en naar boven afronden
- Drie-uursregeling: maximaal 3 uur per dag afwijken, vooraf vastgelegd in het beleidsplan
- Sinds 1-7-2024: BKR mag op vestigingsniveau berekend worden in plaats van per groep
- Handhaving: de GGD controleert; de gemeente kan bij overtreding ingrijpen
Wat is de beroepskracht-kindratio?
De beroepskracht-kindratiois het wettelijk vastgelegde maximum aantal kinderen dat één gediplomeerd pedagogisch medewerker mag opvangen. De ratio's staan in het Besluit kwaliteit kinderopvang, de uitwerking van de Wet kinderopvang en de Wet IKK. Het principe is simpel: hoe jonger de kinderen, hoe meer individuele aandacht en zorg ze nodig hebben — en hoe minder kinderen er dus per beroepskracht mogen zijn. Voor baby's geldt daarom de strengste ratio van 1 op 3, voor de oudste BSO-kinderen de ruimste van 1 op 12.
Bereken direct hoeveel beroepskrachten je nodig hebt
Vul het aantal kinderen per leeftijdsgroep in — je ziet meteen de minimale bezetting volgens de wettelijke ratio's.
Deze rekentool geeft een snelle indicatie volgens de wettelijke BKR-ratio's — elk kind telt mee in zijn eigen leeftijdscategorie. Voor complexe situaties, zoals de maximale groepsgrootte, de drie-uursregeling, gecombineerde groepen of berekeningen op vestigingsniveau, raadpleeg de officiële rekentool van de overheid (1ratio.nl).
Voorbeelden
De BKR-ratio's per leeftijdsgroep
Hieronder staan alle wettelijke ratio's op een rij, voor de dagopvang (KDV) én de buitenschoolse opvang (BSO). Elke ratio geeft aan hoeveel kinderen één beroepskracht maximaal mag opvangen.
| Opvangvorm | Leeftijdsgroep | Ratio |
|---|---|---|
| Dagopvang (KDV) | 0 – 1 jaar (baby's) | 1 op 3 |
| Dagopvang (KDV) | 1 – 2 jaar (dreumesen) | 1 op 5 |
| Dagopvang (KDV) | 2 – 4 jaar (peuters) | 1 op 8 |
| BSO | 4 – 7 jaar | 1 op 10 |
| BSO | 7 – 13 jaar | 1 op 12 |
Ratio's volgens het Besluit kwaliteit kinderopvang. Peuteropvang valt sinds de harmonisatie van 2018 onder dezelfde regels als de dagopvang.
Gemengde groepen: zo reken je de BKR uit
De meeste groepen zijn geen zuivere babygroep of peutergroep. Bij een gemengde groep telt elk kind mee in zijn eigen leeftijdscategorie: je deelt per leeftijdsgroep het aantal kinderen door de bijbehorende ratio, telt de uitkomsten op en rondt het totaal naar boven af naar hele beroepskrachten.
Twee klassieke voorbeelden: voor 8 baby'sgeldt 8 ÷ 3 = 2,67, dus 3 beroepskrachten (al is een groep met uitsluitend 8 baby's meestal niet toegestaan vanwege de maximale groepsgrootte). Voor 16 peuters geldt 16 ÷ 8 = precies 2 beroepskrachten — met 17 peuters overschrijd je de maximale basisgroep van 16 kinderen en moet je splitsen.
De drie-uursregeling: wanneer mag je afwijken?
In principe moet de ratio de hele dag kloppen. De drie-uursregeling maakt één uitzondering: op maximaal drie uur per dag mag je met minder beroepskrachten werken — juist op de rustige momenten rond het brengen, het halen en de pauzes. Belangrijk is dat je vooraf in het pedagogisch beleidsplan vastlegt op welke tijdvakken je afwijkt, zodat ouders en de GGD het kunnen controleren. Buiten die uren is afwijken van de BKR gewoon een overtreding.
Sinds 1 juli 2024: BKR op vestigingsniveau
Een belangrijke versoepeling: sinds 1 juli 2024 mag de BKR voor de dagopvang op vestigingsniveau berekend worden in plaats van strikt per groep. Je telt dan het totaal benodigde aantal beroepskrachten voor alle groepen samen. Dat geeft houders meer roostervrijheid, bijvoorbeeld tijdens rustige momenten of bij het schuiven van personeel tussen groepen. Let op: de maximale groepsgrootte (16 kinderen in een basisgroep op het KDV, 30 op de BSO) en het vaste-gezichtencriterium blijven wél per groep gelden.
Vaste gezichten voor baby's
Naast de rekensom geldt voor baby's van 0 tot 1 jaar het vaste-gezichtencriterium: elke baby heeft een beperkt aantal vaste pedagogisch medewerkers, en op een dag dat de baby aanwezig is staat er altijd minstens één van die vaste gezichten op de groep. Dit staat los van de BKR-berekening, maar bepaalt in de praktijk mede hoe je kunt roosteren — zeker in combinatie met de berekening op vestigingsniveau.
GGD-inspectie en handhaving
De GGD toetst tijdens de (meestal onaangekondigde) jaarlijkse inspectie of de BKR, de maximale groepsgrootte, de drie-uursregeling en het vaste-gezichtencriterium worden nageleefd. De toezichthouder vergelijkt daarvoor presentielijsten met personeelsroosters: hoeveel kinderen waren er per groep en hoeveel gediplomeerde beroepskrachten stonden er tegenover? Een tekort komt als overtreding in het openbare inspectierapport, waarna de gemeente kan handhaven met een aanwijzing, een last onder dwangsom of in het uiterste geval een exploitatieverbod.
Goed om te weten: een stagiair (BOL) telt boventallig mee en dus níet in de BKR-rekensom; een BBL'er mag onder voorwaarden een deel van de formatie invullen. Ben je houder of locatiemanager, kijk dan ook naar de andere wettelijke personeelseis uit de Wet IKK: de verplichte uren voor de pedagogisch beleidsmedewerker en coach. Die bereken je met de IKK-uren rekentool.
Veelgestelde vragen over de beroepskracht-kindratio
Wat is de beroepskracht-kindratio (BKR)?+
De beroepskracht-kindratio (BKR) is het wettelijk vastgelegde maximum aantal kinderen dat één pedagogisch medewerker mag opvangen. De ratio staat in het Besluit kwaliteit kinderopvang en verschilt per leeftijdsgroep: hoe jonger de kinderen, hoe meer beroepskrachten er nodig zijn. De GGD controleert hierop tijdens inspecties.
Hoeveel baby's mag één pedagogisch medewerker opvangen?+
Eén pedagogisch medewerker mag maximaal 3 baby's van 0 tot 1 jaar opvangen (ratio 1 op 3). Deze baby-BKR is sinds 2019 aangescherpt vanuit de Wet IKK, omdat baby's de meeste individuele aandacht en zorg nodig hebben. Voor kinderen van 1 tot 2 jaar geldt 1 op 5 en voor peuters van 2 tot 4 jaar 1 op 8.
Wat is de BKR op de BSO?+
Op de buitenschoolse opvang (BSO) mag één beroepskracht maximaal 10 kinderen van 4 tot 7 jaar opvangen (1 op 10) en maximaal 12 kinderen van 7 tot 13 jaar (1 op 12). Omdat oudere kinderen zelfstandiger zijn, ligt de ratio op de BSO hoger dan op het kinderdagverblijf.
Hoe bereken je de BKR bij een gemengde groep?+
Bij een gemengde groep telt elk kind mee in zijn eigen leeftijdscategorie: je deelt per leeftijdsgroep het aantal kinderen door de bijbehorende ratio en telt de uitkomsten bij elkaar op. Het totaal rond je naar boven af naar hele beroepskrachten. Voorbeeld: 2 baby's (2/3) plus 3 dreumesen (3/5) is samen 1,27 — er zijn dus minimaal 2 beroepskrachten nodig.
Wat is de drie-uursregeling?+
De drie-uursregeling laat toe dat je op maximaal drie uur per dag afwijkt van de BKR — bijvoorbeeld rond het brengen, halen en de pauzes. Buiten die drie uur moet de ratio wél volledig kloppen. Op welke tijdvakken je afwijkt, moet je vooraf in het pedagogisch beleidsplan vastleggen, zodat ouders en de GGD het kunnen controleren.
Wat betekent de BKR op vestigingsniveau sinds 1 juli 2024?+
Sinds 1 juli 2024 mag je de BKR voor de dagopvang op vestigingsniveau berekenen in plaats van strikt per groep. Je telt dan het totaal benodigde aantal beroepskrachten voor alle groepen samen. Dat geeft roostervrijheid, maar de maximale groepsgrootte en het vaste-gezichtencriterium voor baby's blijven per groep gelden.
Wat is het vaste-gezichtencriterium voor baby's?+
Baby's van 0 tot 1 jaar hebben recht op een beperkt aantal vaste pedagogisch medewerkers (vaste gezichten): op een dag dat een baby aanwezig is, staat er altijd minstens één van zijn vaste gezichten op de groep. Dit staat los van de BKR-rekensom, maar bepaalt wél mede hoe je kunt roosteren.
Wat gebeurt er als de BKR niet wordt gehaald?+
Kom je onder de vereiste ratio, dan is dat een overtreding die de GGD in het openbare inspectierapport vastlegt. De gemeente kan vervolgens handhaven met een aanwijzing, een last onder dwangsom of in het uiterste geval een exploitatieverbod. Check daarom vóór het roosteren met een rekentool of je genoeg beroepskrachten inzet.
Conclusie — de BKR is een rekensom, geen inschatting
De beroepskracht-kindratio is een van de meest gecontroleerde kwaliteitseisen in de kinderopvang, en terecht: hij bepaalt direct hoeveel aandacht elk kind krijgt. De ratio's zelf zijn eenvoudig (1 op 3 tot 1 op 12), maar gemengde groepen, de drie-uursregeling en de berekening op vestigingsniveau maken de praktijk complexer. Reken daarom niet op gevoel: gebruik de BKR-rekentool vóór het roosteren en leg afwijkmomenten vast in het beleidsplan. Zo kom je bij de GGD-inspectie nooit voor verrassingen te staan.
Zelf op de groep staan?
Honderden actuele vacatures in de kinderopvang door heel Nederland — KDV, BSO en peuteropvang, parttime en fulltime.


